Welke dieren worden er gebruikt als proefdier?

In 2006 zijn er 603.741 proeven op dieren uitgevoerd.

Hieronder ziet u een lijst met dieren die worden gebruikt voor proeven:
* De lijst is afkomstig uit 2006 *  

2006 is het meest recente jaar waarover we veel informatie konden vinden.

Deze lijst en de meeste informatie is dan ook afkomstig uit het jaar 2006.

 1. Muizen 
 2. Ratten 
 3. Kippen / vogels 
 4. Vissen 
 5. Varkens  
 6. Konijnen  
 8. Cavia's 
 9. Hamsters
10. Runderen
11. Amfibieën
12. Schapen
13. Paarden
14. Honden 
15. Nieuwe en oude wereldapen.
16. Geiten
17. Katten
18. Fretten
19. Reptielen.


Waarvoor wordt elk dier gebruikt? 

Muizen
Er worden 281.084 muizen gebruikt, op muizen wordt veel onderzoek naar kanker gedaan.
Er worden muizen gefokt met galproblemen, vetzucht of spontane hornvliesdegeneratie. Zo kunnen ze door die zieke dieren te behandelen met medicijnen zien of de medicijnen aanslaan. 
Muizen spelen in het onderzoek naar kanker een grote rol omdat ze een afweersysteem hebben die veel op die van de mens lijkt. 
Ze spuiten het diertje in de buik stoffen in en door het dier dan te opserveren kunnen ze zien hoe giftig de stoffen zijn. En van die antistoffen die de muis maakt kunnen de mensen weer een vaccin maken. Voor de muizen kan dit erg pijnlijk zijn omdat vaak hun buik enorm opzwelt.

Er is nog geen andere manier gevonden om deze testen te doen, eerst deden ze het zonder muizen alleen gaven ze een muis dan eerst een prik zodat hij extra cellen aanmaakte. Maar de muis kreeg hier veel last van want de cellen drukte op zijn organen. 

Muis

Ratten
Er worden 137.732 ratten gebruikt voor proefdieren. Dat is 22% van het totaal aantal proefdieren.
Over de onderzoeken op ratten is vrijweinig bekent. 
We weten dat ze makkelijk te houden zijn en veel naast de onderzoeken van muizen worden gebruikt. Op ratten testen ze medicijnen die je actiever of slomer moeten maken. Zo geven ze de rat een medicijn stoppen hem in een buisje met water, hij kan niet verdrinken maar begint te 'zwemmen' aan de beweging van de pootjes kunnen ze zien of de rat actiever wordt. 
Ook worden er proeven gedaan naar effecten van te weinig slaap ze houden dan de ratten op een onvriendelijke methode uit hun slaap. 

Vogels
Er worden 120.736 vogels gebruikt voor dierproeven.
Vaak zijn het kippen maar er komen ook proeven voor met:
koolmeesjes, merels, pimpelmees, kanarie, zebravink, de papagaai en eenden. 

Op vogels testen ze vaak schadelijke stoffen van de landbouw, ook worden ze gebruikt om een vaccin te kunnen maken voor de vogelgroep. Dit kan omdat veel genen van een kip overeen komen met de genen van een mens. 

Vissen 
Elk jaar worden er zo'n 15.306 vissen gebruikt voor dierproeven. Voor visproeven worden vooral de volgende vissen gebruikt: Tilapia, regenboogforel, karper, zebravis, zeebaars, fundulus, haring, schar, paling, diklipharder, zeedonderpad, slijkspringer, schuttersvis, (Afrikaanse) meerval, cyclide, sneep, Afrikaanse barbeel, goudvis, zoetwaterbaars, schol, tong, rog, zeeprik, zeeforel, houting, tarbot, Japanse rijstvis, Amerikaanse dikkop-eprits.   
Van de 15.306 worden 133 vissen gebruikt voor de ontwikkeling van de geneesmiddelen voor mensen. Er werden 222 vissen gebruikt om te testen of de stoffen in de industrie schadelijk waren voor de mensen die er werken. 3.944 vissen werden gebruikt om te kijken of de stoffen die in de natuur komen ook schadelijk waren voor het milieu. In het onderwijs werken 490 vissen gebruikt. Voor onderzoek naar kanker werken 90 vissen gebruik, en voor geestziektes of ziektes aan het zenuwstelsel bij mensen werden 59 vissen gebruikt. 
Voor andere ziektes bij mensen werden 248 vissen gebruikt, verder werden de vissen onderzocht op hun gedrag daarvoor werden 1.431 vissen gebruikt. Voor het onderzoek naar ziektes bij vissen werden 463 vissen gebruikt. Tenslotte werden er 8.136 vissen gebruikt om een wetenschappelijke vraag op te lossen. Al met al dus heel wat vissen die per jaar worden gebruikt.   

Zebravissen worden in de wetenschap steeds geliefder. De zebra vis is een vis die makkelijk te houden is, en daardoor zijn ze goedkoper. 
De vis heeft een grote overeenkomst met andere proefdieren zoals de muis. Hierdoor is vergelijkingen met mens op cel-en moleculair- niveau goed mogelijk. Door stoffen in het water toe te voegen neemt de vis de stoffen op. Zo testen ze bijvoorbeeld medicijnen voor dat ze op een muis worden getest. Zo kunnen de proeven op muizen steeds minder worden.   

De zembra vis is doorzichtig en daardoor is onderzoek weer makkelijker omdat ze gevolgd kunnen worden onder de microscoop. Zo kan bijvoorbeeld de groei van een embryo worden gevolgd vanaf het eencellig stadium.   Ook wordt de schadelijkheid van wasmiddelen getest op vissen. 

Varkens 
7.905 dierproeven worden op varkens gedaan.  
Op varkens testen ze onder andere, medicijnen, sera en vaccins voor mens en dier en voor de productie van geneesmiddelen zoals suikerziekte. 
Het varken wordt ook graag gebruikt voor onderzoek naar overgewicht en andere leefstijlproblemen. Ook worden de varkens gebruikt voor brandwonden onderzoek. 
Ze worden zelfs gebruikt voor onderwijs, zo leren jonge artsen hechten op een varken.   

Vroeger gingen dingen anders. In de jaren 80 werden botsproeven gedaan met varkens en apen. De dieren werden in gordels vastgemaakt in een auto en die auto crashte tegen de muur. Zo konden ze de schade op nemen bij de dieren. Tegenwoordig worden gelukkig poppen gebruikt voor deze onderzoeken.   

Cavia’s 
Jaarlijks worden er 7.787 proeven op cavia’s gedaan. 
Ook cavia’s worden gebruikt voor ontwikkeling en productie van sera, vaccins en geneesmiddelen voor zowel mens als dier. Soms worden hiervoor speciale cavia’s gekweekt zonder vacht. Zo’n cavia wordt gehouden onder speciale omstandigheden zodat hij geen afweerstoffen meer heeft. Omdat hij geen vacht meer heeft zijn ze makkelijk te gebruiken voor het uit testen van stoffen die het lichaam normaal afbreekt. Er worden ook experimenten met betrekking tot het gehoor.

Tegenwoordig kunnen veel proeven die op cavia’s worden gedaan ook gewoon op mensen worden getest.   

Hamsters
5.383 hamsters worden er per jaar gebruikt, voor proeven voor ontwikkeling van vaccins en sera voor mensen werden 88 hamsters gebruikt. Voor ontwikkeling van geneesmiddelen voor mensen werden 6 hamsters gebruikt. Voor de ontwikkeling van medische hulpmiddelen of toepassingen 24 hamsters. Voor de ontwikkeling van productie van sera en vaccins voor dieren werden 4.333 hamsters gebruikt. Er werden 90 hamsters in het onderwijs gebruikt. Voor onderzoek naar kanker bij mensen werden 124 hamsters gebuikt. Bij onderzoek naar hart en vaatziekten werden 67 hamsters gebruikt. 
16 hamsters werden gebruikt voor onderzoek naar ziektes aan het zenuwstelsels. 628 hamsters voor andere ziektes bij mensen. 7 hamsters werden gebruikt voor het oplossen van een wetenschappelijke vraag.  

Ook doen ze soms onderzoeken naar long, nier en infectieziektes. Jammer genoeg lijden de dieren best erg omdat de onderzoeken veel infecties veroorzaken bij de dieren.   

Runderen
Van de 603.741 proefdieren werden 2.286 runderen gebruikt. Van de 2.286 werden er 210 runderen gebruikt voor de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor mensen. 113 runderen werden gebruikt voor de ontwikkeling van medische hulpmiddelen of toepassingen voor mensen. Bij de ontwikkeling van vaccins en sera voor dieren werden 686 runderen gebruikt. Voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen voor dieren werden 142 runderen gebruikt.   41 runderen werden gebruikt in het onderzoek naar schadelijkheid van stoffen in de landbouw. In het onderwijs werden 639 runderen gebruikt. Voor onderzoek naar ziektes bij mensen worden 15 runderen gebruikt. 

Een kalfje krijgt naast zijn eigen hart een kunst hart om te kunnen zien in hoeverre het kunsthart de functies van het echte hart overneemt.  Om het gedrag van dieren te bestuderen werden 71 runderen gebruikt. Daarnaast werden 62 runderen gebuikt voor onderzoeken naar ziektes bij dieren. Tot slot werden er 71 runderen gebruikt voor proeven met betrekking tot het gedrag van dieren en 232 runderen bij het oplossen van wetenschappelijke vragen.   

Onderzoek naar magen wordt tegenwoordig op een nepkoe gedaan. 

Amfibieën
Er worden ongeveer 3,218 proefamfibieën gebruikt. 
Er worden kikkers, Afrikaanse klauwkikker en  klauwpaden gebruikt.

Er werden 96 amfibieën gebruikt in het onderwijs. Voor onderzoek naar hart- en vaatziekten bij mensen werden 12 amfibieën gebruikt, voor geestziektes of ziekten van het zenuwstelsel bij mensen werden 465 amfibieën gebruikt en voor andere ziektes bij mensen 70 amfibieën. Ook werden er 2.575 amfibieën gebruikt voor het oplossen van andere wetenschappelijke vragen.

 

In Nijmegen worden er veel proeven met klauwpadden gedaan. Deze pad heeft bepaalde cellen in de huid die van kleur kunnen veranderen. Hoe dit proces precies gaat en hoe dit veranderd kan worden, wordt aan de hand van Moleculaire Biologie onderzocht.

 

 

Schapen

Er worden zo’n 3. 933  schapen gebruikt als proefdier.

Een bekend proefdierschaap is Dolly, het eerste gekloonde schaap en eerst gekloonde volwassen dier.

Dolly leeft inmiddels niet meer, ze had longontsteking en artrose. Daarom hebben ze haar op 6 jarige leeftijd inlaten slapen.

 

Voor de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor mensen werden 3.228 schapen gebruikt. 59 schapen werden er gebruikt voor de ontwikkeling en productie van medische toepassingen of hulpmiddelen voor mensen.

Voor productie van sera en vaccins voor dieren werden 508 schapen gebruikt en voor de ontwikkeling van medische hulpmiddelen of toepassingen 400 schapen.

In het onderwijs gebruiken ze ongeveer 44 schapen.

 

Bij onderzoek naar ziektes bij dieren worden ongeveer 83 schapen gebruikt. En voor onderzoek naar een andere wetenschappelijke vraag werden 7 schapen gebruikt.

Een voorbeeld hiervan is, onderzoek naar hart-en vaatziekten. Het hart van een lammetje komt erg overeen met het hart van een pasgeboren babytje.

 

 

Paarden

Er worden per jaar zo’n 3.022 proeven op paarden gedaan.

De paarden worden vooral gebruikt voor ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor mensen, daarvoor worden 142 paarden gebruikt. Voor de ontwikkeling en productie van sera, vaccins en geneesmiddelen voor dieren werden 2.701 paarden gebruikt. Ook werden er 70 paarden gebruikt voor ontwikkeling van medische hulpmiddelen of toepassingen voor dieren.

 

In het onderwijs worden ongeveer 81 paarden gebruikt, en tot slot worden er ook 12 paarden gebruikt voor onderzoek voor ziektes bij dieren en op 16 paarden wordt onderzoek naar het gedrag gedaan.

 

Honden

Per jaar worden er ongeveer 2.246 honden gebruikt.

Er worden veel beagles als proefhonden gebruikt omdat deze niet veel blaffen en makkelijk te fokken zijn.

Daarbij kunnen ze zich makkelijk aanpassen. Ook worden er labradors en hazenwindhonden gebruikt.

 

 

 

 

Over proefhonden hoor je erg weinig. We weten dat er 752 honden gebruikt worden voor het ontwikkelen van geneesmiddelen voor mensen. In Nijmegen doen ze een onderzoek op beagles naar de ziekte van Duchenne, een aangeboren spierziekte.

Voor onderzoek naar hart en vaat ziekten bij mensen worden 78 honden gebruikt. Zelfs in het onderwijs worden er 684 honden gebruikt. Vooral in de opleiding diergeneeskunde te Utrecht. Deze proeven kunnen inhouden dat ze bloed aftappen, bewegings proeven door het verbinden van de pootjes. Deze dieren overlijden in het laboratorium. Er worden nog steeds honden gebruikt voor diervoeders, bij één van de testen wordt er een kunstmatige opening vanuit de darmen of maag aangebracht om op verschillende momenten te kunnen kijken naar de vertering.

 

Het kan ook anders!

Voor de diervoerders kun je ook gebruik maken van alternatieve dinegn. In Zeist hebben ze in september 2000 zo’n alternatieve methode bedacht. Het heet FIDO (Functional gastro-intestinal dog model)

Ze kun je ook gewoon zien hoe de vertering gaat.

 

Met Jerry een nep hond kun je leren je eerste hulp aan een hond te geven. Jerry heeft een ‘werkend’ hart en longen. Zo lijkt het een echte hond en kun je dingen leren zoals een beademingsbuis inbrengen.

Zo  hoef je dat niet meer te leren op een echte hond.

 

Fretten

Jaarlijks worden er 501 dierproeven op fretten uitgevoerd.

 

Welke proeven worden er op de fretten uitgevoerd?

Voor de ontwikkeling van sera en vaccins worden 174 fretten gebruikt.  Ook werden er 6 fretten gebruikt voor onderzoek naar ziektes bij dieren.

In het onderwijs worden er  321 fretten gebruikt.

Er is niet meer informatie over wat er precies met de dieren is gedaan.

Wel is bekend dat het luchtwegenstelsel van de fret erg lijkt op dat van de mens.

 

 

 

Katten
Er worden 250 proeven op katten uitgevoerd.

 Welke proeven?
Er werden in totaal 95 katten gebruikt voor de ontwikkeling vangeneesmiddelen voor mens en dier. 68 katten worden er gebruikt voor de productie van vaccins en sera. 27 katten zijn gebruikt voor de ontwikkeling en productie van medicijnen.  

In het onderwijs worden er 106 katten gebruikt.

 

Voor het onderzoek naar geestesziekten en ziekten van het zenuwstelsel bij mensen word er 1 kat gebruikt.

En voor het onderzoek naar ziekten bij dieren 38 katten.

Ook  werden er nog 10 katten gebruikt voor het oplossen van een andere

wetenschappelijke vraag.

 

Als laatste worden er ook onschuldige testen gedaan. Bij deze test laten ze katten kattenvoer testen. Er worden dan kwaliteitstesten van het voer gedaan.  

Er word dan gekeken welk voer het dier lekker vind. Gelijk worden er verteringsproeven gedaan. Ze kijken dan naar de ontlasting en urine van de kat. Zo kunnen ze bepalen hoe het dier het voedsel verteert. 

Een groot aantal testen hoeft niet in een laboratorium uitgevoerd te worden.

Ook een deel van de katten die voer testen lijden wel pijn. Er word dan een kunstmatige opening gemaakt naar de darmen of maag. Ze kunnen dan op verschillende momenten kijken naar de vertering. Deze katten verblijven heel hun leven in een laboratoriumhok.

 

 

 

Geiten

553 proeven worden er jaarlijks op geiten uitgevoerd.

 

Welke proeven?

 Voor de ontwikkeling van sera en vaccins voor mensen worden 4 geiten

gebruikt. Voor medische dingen of hulpmiddelen voor mensen worden

124 geiten gebruikt. Bij het ontwikkelen van sera en vaccins voor dieren

worden 10 geiten gebruikt.

Er worden 202 geiten gebruikt in het onderwijs.

Voor onderzoek naar hart -en vaatziekten voor mensen worden 114 geiten

Gebruikt. Voor onderzoek naar andere ziekten en lichamelijke kenmerken bij mensen 82 geiten. In het onderzoek naar ziekten bij dieren worden 17 geiten gebruikt.

Precieze informatie over proeven op geiten is er bijna niet. 

Twee voorbeelden:

De geit is het diermodel voor onderzoek naar nieuwe technieken en materialen bij

heuptransplantaties. Na de operatie staat ze met drie poten op de grond maar wel in een hangconstructie. Het dier mag de vierde poot nog niet belasten.

 

Omdat het gebit en de botstructuren van geiten erg op die van mensen lijken is de geit ook model voor onderzoek naar de genezing van tandimplantaten.

 

 

 

 

Apen

Jaarlijks worden er 586a apen gebruikt voor dierproeven.

 

Soorten Apen

Nieuwe en oude wereldapen worden gebruikt in proeven.

Nieuwe wereldapen zijn de breedneusapen zoals witoorpenseelaap, uilaap, lisztaap.

Oude wereldsapen zijn de smalneusapen zoals de rhesusaap, beermakaak, java-aap.

Welke proeven?
Voor de ontwikkeling van vaccins en sera voor mensen worden er 214 apen gebruikt. Voor de ontwikkeling van geneesmiddelen voor mensen 224. Er worden 6 apen gebruikt bij de ontwikkeling van medische toepassingen of hulpmiddelen voor mensen. Voor het onderzoek naar geestesziekten of ziekten aan het zenuwstelsel 34, andere ziekten bij de mens 23 en 12 voor onderzoek van het gedrag van dieren.

Voor het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag werden 31 apen gebruikt.

Onderzoek op apen richt zich bijvoorbeeld op de vraag hoe de

hersenen reageren op bepaalde prikkels. Op het hoofd van de aap

worden dan elektroden geplakt of de aap wordt in een scanner gelegd.

Wat gebeurd er in de hersenen als de aap bijvoorbeeld een plaatje te zien krijgt of een knop in moet drukken.

 

 

Reptielen: 
Er worden jaarlijks ongeveer 370 dierproeven gedaan op reptielen. Dat is in verhouding tot de andere dieren zeer weinig. De hazelworm, slang, kousenbandslang, leguaan, hagedis en schildpad worden gebruikt om dierproeven om dierproeven op te doen. Reptielen worden niet gebuikt in laboratoriums maar in het in het onderwijs. De informatie over proefreptielen is vrij weinig. Het enige dat bekend is dat alle reptielen in het onderwijs zijn gebruikt. Er worden op de Universiteit van Utrecht 369 reptielen gebruikt en 1 op de Universiteit van Wageningen.